Werkconferentie Professionalisering sportclubs en sportparken (30/09)

De jaarlijkse werkconferentie over professionalisering in de sport kwam dit keer te vroeg om uitkomsten van onderzoeken en adviezen mee te nemen. Zo is er een advies van de Nederlandse Sportraad in concept en onder embargo en wordt de uitkomst van een door ZonMw ondersteund onderzoek naar professionalisering begin 2027 verwacht. Nieuws was wel de continuering van de BRC-regeling voor Buurtsportcoaches voor drie jaar (2027-2029).

Waardevol was het delen van kennis en ervaringen vanuit de aanwezigen, vertegenwoordigers van bonden, gemeenten en andere organisaties. Zo was er een mooi praktijkvoorbeeld van de sportvertegenwoordigers van de gemeente Amsterdam.

Na enkele inzichten vanuit de Nederlandse Sportraad was het woord aan de ruim zeventig aanwezigen om te reageren op stellingen en ervaringen te delen. Vanuit de raad was er aandacht voor zaken als ‘Sociale Veiligheid’, ‘Brede Welvaart’ en ‘Regionale Samenwerking’. Men hanteert vier randvoorwaarden: 1) een Sportwet, waarbij sport als publiek middel wordt gezien, 2) de fysieke infrastructuur op orde, 3) professionalisering en 4) aandacht voor de ontwikkeling van de branche. Die branche kent nu nog veel versnippering en een teruglopend aantal sportvrijwilligers.

Bij eerdere werkconferenties zijn de sportparkbeheerder en de verenigingsmanager geïntroduceerd. Hun inzet en effect worden verschillend ervaren. In Amsterdam Zuidoost wordt gewerkt met een sportparkbeheerder, niet alleen voor het fysieke deel, maar ook voor het sociale deel. De afgelopen jaren is een verenigingsmanager actief geweest bij een club; daarvan volgt nog een evaluatie.

De inzet van buurtsportcoaches is een ander voorbeeld van professionalisering. Landelijk zijn er voorbeelden waarbij de verenigingssport aansluiting vindt bij commerciële sport en andersom. Een voorbeeld zijn voetbalscholen, waar vanuit Amsterdam weer extra aandacht voor is. Feit is wel dat het aantal commerciële aanbieders en zelfstandigen in de sport toeneemt. Daarnaast worden steeds vaker professionele partijen ingezet om clubs te ondersteunen. Amsterdam kent sinds dit jaar ook impactgestuurde clubondersteuning, waar een aantal sportprofessionals aan meewerkt.

Tijdens de stellingen werd wel duidelijk dat het doel om in 2040 75% van de bevolking in beweging te hebben niet wordt gehaald. De stelling was zelfs dat de diverse beweegprogramma’s van de afgelopen jaren nauwelijks hebben bijgedragen aan de sportparticipatie. De vraag werd ook gesteld in hoeverre het huidige verenigingsmodel voor de sport houdbaar is, omdat er steeds meer ongeorganiseerd en individueel wordt gesport en het aantal vrijwilligers bij sportverenigingen daalt.

Als bedroevend werd het gebrek aan een langetermijnvisie genoemd, evenals de steeds tijdelijke regelingen. Aandachtspunt is zeker ook de magere Sport-CAO. Een constatering is dat er sprake is van een horizontale uitstroom naar functies elders, zoals een buurtsportcoach die beleidsambtenaar wordt, of van doorstroming naar raakvlakken binnen welzijn, zorg en onderwijs.

De optimalisatie zoeken in de verbinding tussen de verschillende beleidsgebieden in het sociaal domein, met ook andere potjes, werd als voorbeeld uit Amsterdam genoemd. Voor het werken aan maatschappelijke problematiek, zoals het bestrijden van eenzaamheid, armoede en overgewicht, wordt gezocht naar horizontale financiering om gezamenlijk bij te dragen aan een sportprofessional die aan de slag gaat met de betreffende doelgroep(en).

Zo wordt in een combinatie van sociale veiligheid en afvalbeheer tijdelijk met een professional op een sportpark gewerkt aan genoemde thematiek. Geld uit diverse potjes wordt daarbij ingezet om een gezamenlijk doel met behulp van professionals te realiseren.

Elders wordt gewerkt aan een ecosysteem om door samenwerking in het sociaal domein – welzijn, zorg, onderwijs, sport en bewegen – een leven lang sporten en bewegen te realiseren. Een pakket met beweging voor de peuter en kleuter tot aan valpreventie voor senioren.

Aandachtspunt blijft wel een beleidsaanpak voor meerdere jaren. Veel gemeenten herkennen een wisselend beleid, met name door nieuwe coalities en wisselingen van wethouders.

Scroll naar boven